Door Julie d’ Hondt op 14 maart 2015

Mijn Comfortzone in verkiezingstijd

Naast het huis-,tuin- en rozen campagnewerk op over het algemeen behoorlijk winderige winkelcentra, heb ik ook deel mogen nemen aan een aantal verkiezingsdebatten. En ik moet bekennen, dat was nog niet zo eenvoudig. Had ik mij in Ronde Venen net helemaal verdiept in de filebestrijding op de N201, moest ik opeens een mening klaar hebben over de provinciale middelen voor innovatieve beschoeiing van legakkers in de Vinkeveense Plassen. En had ik net een wervend verhaal proberen te houden over hoe de leegstand in het winkelgebied van Woudenberg kon worden opgelost, werd ik bevraagd over mijn mening over de parkeertarieven bij het Henschotermeer. Het was een steile leercurve, zullen we maar zeggen. Mijn comfortzone was zo eenzaam geworden vanwege mijn voortdurende afwezigheid, dat ie volgens mij inmiddels is verhuisd naar een andere provincie. En ik moet nog 5 dagen.

De gedetailleerdheid van de problematiek waar je als kandidaat Statenlid mee te maken hebt, staat haaks op de abstractie van mijn dagelijkse habitat: Europees beleid. De digitale agenda, Cohesiebeleid of een Europees semester: het zijn geen wervende teksten waar doorgaans Kamerleden, laat staan inwoners van Utrecht, juichend voor op de banken springen. En dan is het soms lastig, weet ik uit mijn vorige baan als lobbyist voor de provincies Gelderland en Overijssel in Brussel, om de provinciale praktijk te verbinden met de oogverblindende saaiheid van Brusselse wetsvoorstellen. Ik herinner mij nog goed de hoogwaardigheidsbekleder uit een niet nader te noemen Gelderse kleine kern, die bij mij langskwam met een mapje met noodlijdende speeltuinen die volgens hem wel een dot Europese subsidie konden gebruiken en mij toen vragend aankeek of ik dat even voor hem wilde gaan regelen. Zo werkt het niet in Brussel. Het is een zaak van lange adem, van vage begrippen waarvan je als provincie dan maar een beetje moet gissen hoe dat straks in de eigen regio gaat uitwerken. Maar: is dit dan reden om, zoals één van de stellingen uit de stemwijzer, die Utrechtse lobby in Brussel maar weg te bezuinigen?

Ik zou niet durven. Maar het kan misschien wel anders. Veel provincies gaan in de Brusselse lobby mee in het abstractieniveau van het Schumanplein en place Lux. Lees bijvoorbeeld de brief van het IPO (het interprovinciaal overleg, de belangenvereniging van provincies) aan de Nederlandse regering over hun visie op het Nederlands EU-voorzitterschap volgend jaar, waarin ze onder andere, en ik citeer: ‘aanbieden samen een informele cohesieraad te organiseren en bij te dragen aan de ministeriële conferentie over stedelijke ontwikkeling en urban agenda’. De urban agenda. Mij heeft nog niemand uit kan leggen wat daarmee bedoeld wordt, en ik heb er echt zelf al uren op zitten studeren. Maar de provincies zijn er maar druk mee.

Terwijl de kracht juist ligt in het verbinden van concrete kennis van zaken aan die abstracte plannen. Zo zou financiering voor die innovatieve beschoeiing in Vinkeveen (ja het is echt dramatisch, we krijgen daar Groningse toestanden als we die legakkers niet overeind houden, er dreigt een golfslagbadramp bij Abcoude: zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb!), zo zou de financiering daarvoor dus wellicht gevonden kunnen worden in de Europese middelen voor plattelandsontwikkeling – POP 3. En wie weet, wordt de detailhandel in Woudenberg wel gered met een LEADER-project. Bij nader inzien had die burgemeester met zijn insteekmapje het eigenlijk nog helemaal niet zo gek bekeken dus. Hij zat alleen aan het verkeerde loket en op het verkeerde moment. Wat ik eigenlijk wil zeggen is: provincies hebben allerlei problemen om op te lossen. Per probleem kun je kijken met welke partij je kunt samenwerken om dat op te lossen, en dat kan soms Europa zijn, maar soms ook de gemeente Bunnik, de universiteit Utrecht of voor mijn part de fietsersbond, of een combinatie daarvan.

Maar eerst: het wordt weer lente, dus allemaal op een drafje dit weekend naar de Vinkeveense plassen voordat de boel daar verzakt of het Henschotermeer voordat de parkeertarieven daar de pan uit rijzen. Ik volg volgend weekend, hopelijk weer herenigd met mijn comfortzone, morgen eerst weer lekker flyeren in Lombok.

Julie d’ Hondt

Julie d’ Hondt

Ik ben Julie d’Hondt, 38 jaar oud, ik woon in de stad Utrecht, ben getrouwd met Michiel en moeder van Max (1) Nadat ik in mijn jeugd een paar jaar in Maarssen heb gewoond (wat nu de gemeente Stichtse Vecht is), ben ik na mijn studie internationale betrekkingen in Groningen en vele omzwervingen in binnen- en

Meer over Julie d’ Hondt